Wat is er nu echt gebeurd, wat niet?

In het begin van mijn serie wordt het fictieve verhaal verteld van een UFO-crash.
Waarom een crash? Waarom het verbergen van iets dat meteen het wereldnieuws zou halen? 
Eigenlijk is mijn verhaal niet zonder precedent...
8 juli 1947, Roswell, New Mexico. De wereldpers staat op stelten met de melding van een crash in de woestijn. In een officieel persbericht werd immers gewag gemaakt van de berging van een buitenaards ruimteschip. 
Een paar dagen later wordt alles plots ontkend en spreken de overheden over een neergestorte weerballon.   
Nochtans blijft dit voorval decennia lang in het geheugen gegrift van UFO-jagers - er zijn zelfs beelden van de verongelukte Visitors die griezelig echt lijken en een beetje de toon zetten voor alle verdere afbeeldingen ooit, van buitenaards leven. Bepaalde betrokkenen, ook militairen zijn jarenlang blijven beweren dat dit een echte 'close encounter of the third kind' (naast de bekende Spielberg-film, zie ook Hynek's scale) was. 
Ook mijn vader was blijkbaar zeer onder de indruk want decennia later sprak hij nog over dit verhaal. 
Dus ja, de waarneming en crash hebben in mijn werk een zekere symboolwaarde. Net zoals het 'geheime' labo. In de zijlijn heb ik bovendien interessante gesprekken gehad met echte 'insiders' en ook een paar UFO-gevoelige plekken bezocht.
Maar het meest markante feit is dat ik in de realiteit twee keer een UFO-waarneming net gemist heb. Eén waarneming vond plaats met verschillende betrokkenen die ik goed kende. Vanwege een professionele opname met een drone waren er bovendien enkele aanwezigen ter plekke die rechtstreeks contact met de luchthaven hadden. En... daar is niets op de radar verschenen! Ik heb dit voorval echt met een paar minuten gemist en iedereen stond nog perplex naar de lucht te kijken. 
De andere waarneming gebeurde heel dicht bij mijn woning met een kerstnacht - een fenomeen met oranje lichten dat door verschillende getuigen werd opgemerkt. 
Het is vooral het gevoel van 'net niet zelf mee in het verhaal betrokken zijn' dat mijn fantasie geprikkeld heeft. Wat had ik gezien als ik wel op het juiste moment op die plek had gestaan? Hoe had ik die ervaring ondergaan?
De psychologische component speelt in mijn artistiek onderzoek mee. We aanvaarden sinds de jaren '50 bezoek vanuit de ruimte als een soort van maatschappelijke evidentie. Misschien heeft dit alles diepere psychologische wortels in het mythische (zoals ondermeer Carl Gustav Jung dacht), maar ze is zeker een onuitputtelijke bron van fantasie science fiction-literatuur, series en films. 
Bij veel mensen komt er iets 'tot leven' wanneer er over dit onderwerp gepraat wordt, precies dit is voor mij de essentie van dit werk.

Andere topics...